Gebruikerslogin

Chronische nierinsufficiëntie

Chronische nierinsufficiëntie (CNI) is structurele of functionele nierschade die sinds drie of meer maanden aanwezig is.

Het wordt onderverdeeld volgens de stadia van de Amerikaanse National Kidney Foundation. Patiënten worden in een van de stadia ingedeeld naargelang hun eGFR-waarden en de chronische aanwezigheid van tekenen van nierschade zoals structurele nierafwijkingen, proteïnurie of hematurie. In stadia 1 en 2 zijn er tekenen van nierschade met een normale of licht gedaalde eGFR en vanaf stadium 3 gebeurt de indeling enkel op basis van de eGFR-waarde.

Volgens de gegevens van de Intego-databank bedraagt de prevalentie van CNI in Vlaanderen ongeveer 13% (10% bij mannen en 16% bij vrouwen). Hierbij wordt CNI gedefinieerd als een eGFR <60 ml/ min/1,73 m² berekend met de MDRD-formule. De prevalentie van een gedaalde nierfunctie stijgt aanzienlijk met de leeftijd en hangt sterk af van de manier waarop de glomerulaire filtratiesnelheid (GFR) geschat wordt. Slechts een beperkt deel van alle patiënten met CNI zal nierfalen ontwikkelen en nood hebben aan niervervangende therapie. In 2009 bedroeg de incidentie van terminaal nierfalen in Vlaanderen 201 personen per 1 miljoen inwoners.

Bron: richtlijn voor goede medische praktijkvoering (DM)

Bij bestanden vindt u een presentatie over CNI en dialyse die voorgesteld werd op het multidisciplinair symposium op 3 mei 2016 te Roeselare.

Ook de folder die u aan uw patiënten kan meegeven, kan u terugvinden bij bestanden. Een gedrukte versie hiervan is te verkrijgen bij het LMN.

In het hoofdmenu kan u doorklikken op het 'zorgtraject CNI' voor meer uitleg hierover.